Ja, dat mag, maar alleen als de werking van de vetafscheider daar niet onder lijdt. NEN-EN 1825-2 schrijft als uitgangspunt voor dat u de afscheider minimaal een keer per maand inspecteert, leegt en reinigt, bij voorkeur elke twee weken. Wijkt u af, dan blijven de vullingsgrenzen leidend: de slibopvangruimte mag maximaal 50 procent gevuld zijn en de vetopslagruimte maximaal 80 procent, wat ongeveer overeenkomt met een vetlaag van 16 cm. Voor minder vaak legen is geen maatwerkvoorschrift nodig, maar het bevoegd gezag kan de eis met maatwerk wel strenger maken. Staat in de prestatieverklaring van uw afscheider een afwijkende grens, dan geldt die.
Bron: IPLO (Rijkswaterstaat) (bron bijgewerkt: 5 februari 2026) · door ons gecontroleerd op 20 juli 2026
Het gebruik van biologische middelen zoals bacterie- of enzymproducten wordt sterk afgeraden. Een vetafscheider werkt op flotatie: vet is lichter dan water en drijft, waardoor het van het afvalwater gescheiden wordt. Middelen die vet afbreken of emulgeren verstoren dat principe, waardoor het vet alsnog in het riool komt. Lozen van vet is verboden, ongeacht de vorm waarin dat gebeurt. Alleen als de producent aantoont dat een additief de werking niet beinvloedt, kan het bevoegd gezag het gebruik toestaan.
Bron: IPLO (Rijkswaterstaat) (bron bijgewerkt: 23 juni 2026) · door ons gecontroleerd op 20 juli 2026
U mag het onderhoud zelf uitvoeren. De inhoud van de slibvangput en de vetafscheider moet u wel als bedrijfsafval afvoeren via een erkende inzamelaar of verwerker. Controleer tijdens het legen meteen op technische gebreken; die moet u zo snel mogelijk herstellen, want zolang dat niet gebeurd is mag de installatie niet in gebruik zijn. Vul de afscheider na het legen en reinigen weer met schoon, koud water. Dat is nodig voor een goede werking en om stankoverlast te voorkomen.
Bron: IPLO (Rijkswaterstaat) (bron bijgewerkt: 5 februari 2026) · door ons gecontroleerd op 20 juli 2026
Het vet en slib uit een vetafscheider zijn bedrijfsafval (Eural-code 19.08) en geen gevaarlijk afval. U moet het afgeven aan een erkende inzamelaar of verwerker, op grond van artikel 10.37 van de Wet milieubeheer. De gegevens over die afgifte bewaart u vijf jaar, op grond van artikel 10.38 Wm. Gaat het vetafval mee met het reguliere bedrijfsafval, dan is een aparte bon of nota niet nodig. Bij een controle vraagt het bevoegd gezag naar deze afvaldocumenten en naar hoe het onderhoud binnen uw bedrijf geborgd is.
Bron: IPLO (Rijkswaterstaat) (bron bijgewerkt: 23 juni 2026) · door ons gecontroleerd op 20 juli 2026
Niet altijd. Er geldt overgangsrecht: een afscheider die voor 14 september 2004 is geplaatst hoeft niet aan NEN-EN 1825-1 en -2 te voldoen, mits de installatie de hoeveelheid geloosd afvalwater aankan. Voor flocculatieafscheiders die voor 1 januari 2013 zijn geplaatst geldt een vergelijkbare uitzondering. Plaatst u een nieuwe afscheider of past u een bestaande aan, dan gelden de normeisen wel, inclusief CE-markering en prestatieverklaring. Bij een controle toetst het bevoegd gezag of uw situatie binnen dat overgangsrecht valt.
Bron: IPLO (Rijkswaterstaat) (bron bijgewerkt: 3 juni 2026) · door ons gecontroleerd op 20 juli 2026
De benodigde nominale afmeting (NS, de doorstroomcapaciteit in liter per seconde) berekent u volgens Annex A van NEN-EN 1825-2. Die norm kent vier methoden: meting van het debiet, berekening op basis van de aanwezige keukenapparatuur, berekening op basis van het soort keuken of vleesverwerking, en een op maat berekende inhoud die het bevoegd gezag moet accepteren. Voor afscheiders met een NS kleiner dan 2 is debietmeting de enige toegestane methode. Bewaar de berekening in uw bedrijf, zodat u bij een verbouwing of wijziging in de bedrijfsvoering kunt aantonen dat de afscheider nog voldoet.
Bron: IPLO (Rijkswaterstaat) (bron bijgewerkt: 23 juni 2026) · door ons gecontroleerd op 20 juli 2026
Ja, dat kan. De gemeente mag de verplichting tot het plaatsen van een vetafscheider en slibvangput bij het professioneel bereiden van voedingsmiddelen opheffen en maatwerk toestaan. Dat gebeurt bijvoorbeeld als er geen of zeer beperkt vethoudend afvalwater ontstaat, of als het plaatsen van een afscheider onredelijk duur is. Het bevoegd gezag beoordeelt dit per situatie en legt de afwijking vast in een maatwerkvoorschrift.
Bron: IPLO (Rijkswaterstaat) (bron bijgewerkt: 3 juni 2026) · door ons gecontroleerd op 20 juli 2026
De toezichthouder kijkt naar het onderhoud en naar uw papieren. Fysiek meet hij de dikte van de vetlaag en de vulling van de slibopvangruimte: de slibopvangruimte mag maximaal 50 procent gevuld zijn en de vetopslagruimte maximaal 80 procent, wat neerkomt op een vetlaag van ongeveer 16 centimeter. Administratief vraagt hij naar de CE-markering, de prestatieverklaring, de dimensioneringsberekening en de afvaldocumenten. Een monster van het uitgaande afvalwater wordt niet genomen, want daar is geen lozingseis voor.
Bron: IPLO (Rijkswaterstaat) (bron bijgewerkt: 5 februari 2026) · door ons gecontroleerd op 20 juli 2026
Ja. Na het legen en schoonmaken vult u de vetafscheider opnieuw met schoon, koud water. Dat is nodig voor een goede werking van de afscheider en het voorkomt geuroverlast. Controleer tijdens het legen meteen of er technische gebreken zijn; die moet u zo snel mogelijk herstellen, want zolang dat niet gebeurt mag u de slibvangput en de afscheider niet gebruiken.
Bron: IPLO (Rijkswaterstaat) (bron bijgewerkt: 5 februari 2026) · door ons gecontroleerd op 20 juli 2026
Ja. Een vetafscheider is een bouwproduct dat onder een geharmoniseerde norm valt, dus CE-markering is verplicht en de fabrikant moet een prestatieverklaring leveren. Die verklaring beschrijft de eigenschappen en de prestaties van het product, inclusief de onderhoudsgrenzen die voor uw type afscheider gelden. Kunt u de documenten niet tonen, vraag ze dan op bij uw leverancier of fabrikant. Levert die ze niet, dan voldoet de afscheider niet aan NEN-EN 1825-1 en meldt het bevoegd gezag dit bij de Inspectie Leefomgeving en Transport.
Bron: IPLO (Rijkswaterstaat) (bron bijgewerkt: 22 juni 2026) · door ons gecontroleerd op 20 juli 2026
NEN-EN 1825-2 schrijft voor dat u de vetafscheider minimaal een keer per maand inspecteert, leegt en reinigt, bij voorkeur elke twee weken. Leidend zijn de vullingsgrenzen: de slibopvangruimte mag maximaal 50 procent gevuld zijn en de vetopslagruimte maximaal 80 procent, wat neerkomt op een vetlaag van ongeveer 16 centimeter. Na het legen vult u de afscheider opnieuw met schoon, koud water. De leverancier kan in de prestatieverklaring een afwijkende, soms strengere onderhoudsfrequentie vastleggen; die gaat dan voor.
Bron: IPLO (Rijkswaterstaat) (bron bijgewerkt: 23 juni 2026) · door ons gecontroleerd op 20 juli 2026
Ja. De verplichting bij het professioneel bereiden van voedingsmiddelen betreft een vetafscheider met slibvangput samen. De slibvangput houdt bezinkbaar slib tegen, zodat de vetafscheider goed blijft werken en het riool niet verstopt. NEN-EN 1825 behandelt beide onderdelen. Bij een controle beoordeelt het bevoegd gezag daarom ook de vulling van de slibopvangruimte, die maximaal 50 procent mag zijn.
Bron: IPLO (Rijkswaterstaat) (bron bijgewerkt: 3 juni 2026) · door ons gecontroleerd op 20 juli 2026
Alleen het vethoudende afvalwater van de voedselbereiding mag door de vetafscheider. Afvalwater van sanitair, zoals toiletten, en hemelwater horen er niet doorheen; die stromen houdt u gescheiden. De afscheider moet zo geplaatst zijn dat menging met andere afvalwaterstromen wordt voorkomen. Bij een controle kijkt het bevoegd gezag hier gericht naar en vraagt vaak de rioleringstekening op.
Bron: IPLO (Rijkswaterstaat) (bron bijgewerkt: 5 februari 2026) · door ons gecontroleerd op 20 juli 2026
Het toezicht op het gebruik en onderhoud ligt bij het bevoegd gezag, meestal de gemeente of de omgevingsdienst en soms het waterschap. Zij controleren of de afscheider goed gedimensioneerd is, of het onderhoud klopt en of uw papieren op orde zijn. De juistheid van de CE-markering en de prestatieverklaring valt onder de Inspectie Leefomgeving en Transport. Alleen die inspectie kan de fabrikant of leverancier daarop aanspreken.
Bron: IPLO (Rijkswaterstaat) (bron bijgewerkt: 22 juni 2026) · door ons gecontroleerd op 20 juli 2026
Een vetafscheider werkt op flotatie: vet is lichter dan water en drijft naar boven, waar het wordt tegengehouden. Een overmaat aan reinigingsmiddelen laat het vet emulgeren, dus mengen met het water, waardoor het toch mee het riool in gaat en verderop kan stollen en verstoppen. Ook te warm afvalwater verstoort de scheiding. Beperk daarom het gebruik van reinigingsmiddelen en overweeg warmteterugwinning aan de aanvoerkant van de afscheider.
Bron: IPLO (Rijkswaterstaat) (bron bijgewerkt: 5 februari 2026) · door ons gecontroleerd op 20 juli 2026