Ja, dat mag, maar alleen als de werking van de vetafscheider daar niet onder lijdt. NEN-EN 1825-2 schrijft als uitgangspunt voor dat u de afscheider minimaal een keer per maand inspecteert, leegt en reinigt, bij voorkeur elke twee weken. Wijkt u af, dan blijven de vullingsgrenzen leidend: de slibopvangruimte mag maximaal 50 procent gevuld zijn en de vetopslagruimte maximaal 80 procent, wat ongeveer overeenkomt met een vetlaag van 16 cm. Voor minder vaak legen is geen maatwerkvoorschrift nodig, maar het bevoegd gezag kan de eis met maatwerk wel strenger maken. Staat in de prestatieverklaring van uw afscheider een afwijkende grens, dan geldt die.
Bron: IPLO (Rijkswaterstaat) (bron bijgewerkt: 5 februari 2026) · door ons gecontroleerd op 11 juli 2026
Het gebruik van biologische middelen zoals bacterie- of enzymproducten wordt sterk afgeraden. Een vetafscheider werkt op flotatie: vet is lichter dan water en drijft, waardoor het van het afvalwater gescheiden wordt. Middelen die vet afbreken of emulgeren verstoren dat principe, waardoor het vet alsnog in het riool komt. Lozen van vet is verboden, ongeacht de vorm waarin dat gebeurt. Alleen als de producent aantoont dat een additief de werking niet beinvloedt, kan het bevoegd gezag het gebruik toestaan.
Bron: IPLO (Rijkswaterstaat) (bron bijgewerkt: 23 juni 2026) · door ons gecontroleerd op 11 juli 2026
U mag het onderhoud zelf uitvoeren. De inhoud van de slibvangput en de vetafscheider moet u wel als bedrijfsafval afvoeren via een erkende inzamelaar of verwerker. Controleer tijdens het legen meteen op technische gebreken; die moet u zo snel mogelijk herstellen, want zolang dat niet gebeurd is mag de installatie niet in gebruik zijn. Vul de afscheider na het legen en reinigen weer met schoon, koud water. Dat is nodig voor een goede werking en om stankoverlast te voorkomen.
Bron: IPLO (Rijkswaterstaat) (bron bijgewerkt: 5 februari 2026) · door ons gecontroleerd op 11 juli 2026
Het vet en slib uit een vetafscheider zijn bedrijfsafval (Eural-code 19.08) en geen gevaarlijk afval. U moet het afgeven aan een erkende inzamelaar of verwerker, op grond van artikel 10.37 van de Wet milieubeheer. De gegevens over die afgifte bewaart u vijf jaar, op grond van artikel 10.38 Wm. Gaat het vetafval mee met het reguliere bedrijfsafval, dan is een aparte bon of nota niet nodig. Bij een controle vraagt het bevoegd gezag naar deze afvaldocumenten en naar hoe het onderhoud binnen uw bedrijf geborgd is.
Bron: IPLO (Rijkswaterstaat) (bron bijgewerkt: 23 juni 2026) · door ons gecontroleerd op 11 juli 2026
Niet altijd. Er geldt overgangsrecht: een afscheider die voor 14 september 2004 is geplaatst hoeft niet aan NEN-EN 1825-1 en -2 te voldoen, mits de installatie de hoeveelheid geloosd afvalwater aankan. Voor flocculatieafscheiders die voor 1 januari 2013 zijn geplaatst geldt een vergelijkbare uitzondering. Plaatst u een nieuwe afscheider of past u een bestaande aan, dan gelden de normeisen wel, inclusief CE-markering en prestatieverklaring. Bij een controle toetst het bevoegd gezag of uw situatie binnen dat overgangsrecht valt.
Bron: IPLO (Rijkswaterstaat) (bron bijgewerkt: 3 juni 2026) · door ons gecontroleerd op 11 juli 2026