Typen en materialen

HDPE vetafscheider: licht, corrosievrij en veelzijdig plaatsbaar

Een HDPE vetafscheider is gemaakt van hogedichtheid-polyetheen, een kunststof die niet roest en niet wordt aangetast door vetzuren in het afvalwater. HDPE-afscheiders zijn licht ten opzichte van beton, waardoor plaatsing zonder zwaar hijsmateriaal mogelijk is, en ze zijn er voor zowel bovengrondse als ondergrondse opstelling. Ook voor HDPE geldt: het model moet voldoen aan NEN-EN 1825 en een CE-markering dragen.

Wanneer kunststof de logische keuze is

HDPE komt bovendrijven waar gewicht en bereikbaarheid tellen: een binnenopstelling in een kelder of keuken, een renovatie waar geen kraan bij kan, of een ondergrondse plaatsing in een tuin of terras waar licht materieel gewenst is. Het materiaal is naadloos of gelast uitgevoerd en vloeistofdicht, en het rot of corrodeert niet.

De keerzijde is er ook. Bij hoge grondwaterstand of zware verkeersbelasting vraagt een lichte kunststof tank om verankering of een betonnen omhulling, anders kan hij opdrijven of vervormen. Dat is geen argument tegen HDPE, maar een ontwerpvraag die vooraf beantwoord moet worden. Een goede leverancier rekent de opstellingssituatie mee.

Norm en markering

Het materiaal verandert niets aan de eisen: elke bedrijfsmatige vetafscheider moet voldoen aan NEN-EN 1825-1 en -2 en sinds 1 september 2006 een CE-markering dragen. Vraag bij aanschaf altijd naar de prestatieverklaring (DoP). De capaciteit volgt uit de normberekening, niet uit de materiaalkeuze.

Twijfelt u tussen HDPE, beton of RVS? Wij adviseren onafhankelijk, zonder binding aan een fabrikant, en verbinden u daarna met een leverancier of installateur die bij uw situatie past.

Bereken uw capaciteit Vraag onafhankelijk advies

Inhoud gecontroleerd op 6 juli 2026.

Bron: IPLO (Rijkswaterstaat): NEN-EN 1825-1 en -2, achtergrond berekening en onderhoud (bron bijgewerkt: 16 februari 2026)