BRL 5252 is de Nederlandse beoordelingsrichtlijn voor de certificatie van vetafscheiders en slibvangputten. Een fabrikant die eraan voldoet krijgt een KOMO productcertificaat, afgegeven door certificatie-instelling Kiwa. Een ding is daarbij essentieel: dat certificaat is vrijwillig. Wettelijk verplicht zijn de CE-markering en de prestatieverklaring die bij NEN-EN 1825 horen. BRL 5252 komt daar bovenop en laat zien dat de productie onder doorlopend extern toezicht staat.

Wat BRL 5252 regelt
Een beoordelingsrichtlijn, afgekort BRL, is geen wet en geen norm. Het is een afsprakendocument waarin staat waaraan een product moet voldoen en hoe dat wordt gecontroleerd, zodat een certificatie-instelling er een certificaat aan kan hangen. BRL 5252 doet dat voor vetafscheiders en slibvangputten.
Kiwa omschrijft het toepassingsgebied als de certificatie van vetafscheiders en slibvangputten die gebruikt worden voor de verwijdering van slib en vet uit het geloosde afvalwater. Het certificaat dat eruit volgt is een KOMO productcertificaat. In de accreditatie van Kiwa staat deze richtlijn onder het bouwcluster betonproducten, en Kiwa noemt gemeenten, aannemers, ingenieursbureaus en prefab betonproducenten als de partijen voor wie de richtlijn bedoeld is.
De definitie van vet die erin staat
BRL 5252 hanteert een scherpe afbakening van wat vet is: vetten en olien van plantaardige en of dierlijke oorsprong die niet of weinig in water oplossen en waarvan de dichtheid kleiner is dan 0,95 gram per kubieke centimeter. Lichter dan water dus, en daarom drijvend. Dat is precies het scheidingsprincipe waar een vetafscheider op werkt.
Minerale en synthetische olien vallen er nadrukkelijk buiten. Daarvoor bestaat een eigen richtlijn, BRL 5251 voor olie-afscheiders en slibvangputten. Diezelfde grens loopt door de hele regelgeving heen, want de herkomst van de olie bepaalt welke norm geldt en welke afscheider u nodig heeft. Wat dat voor uw situatie betekent, leest u bij het verschil tussen een vetafscheider en een olieafscheider.
KOMO is vrijwillig, CE-markering is dat niet
Hier zit het misverstand waar in de praktijk het vaakst over wordt gestruikeld, en het verschil is de moeite waard om scherp te hebben.
De wettelijke verplichting loopt via de CE-markering. Een nieuwe vetafscheider moet CE-gemarkeerd zijn en een prestatieverklaring hebben, gekoppeld aan NEN-EN 1825. Dat is wat het bevoegd gezag bij handhaving controleert, samen met de dimensioneringsberekening en het onderhoudslogboek. Het Informatiepunt Leefomgeving noemt in zijn handhavingsinformatie de CE-markering en de prestatieverklaring, en geen KOMO of BRL.
BRL 5252 staat daar los van en komt er bovenop. Het is een vrijwillige keuze van de fabrikant om zijn productie doorlopend door een externe partij te laten toetsen. Een afscheider zonder KOMO-certificaat is dus niet illegaal, en een afscheider met KOMO-certificaat is niet automatisch de juiste maat voor uw keuken. Die maat volgt uit de berekening volgens NEN-EN 1825, niet uit een keurmerk.
Wat u er als koper aan heeft
Waarom zou u er dan naar vragen? Omdat certificering iets zegt wat een CE-markering niet zegt.
CE-markering is in de kern een verklaring van de fabrikant zelf: hij verklaart welke prestaties zijn product levert, volgens een voorgeschreven methode. Een KOMO productcertificaat op basis van BRL 5252 betekent dat een onafhankelijke certificatie-instelling periodiek in de fabriek komt kijken of er nog steeds gemaakt wordt wat er op papier staat. Dat is toezicht op de productie, niet alleen op het ontwerp.
Voor een betonnen put die dertig jaar onder uw parkeerplaats ligt is dat verschil niet academisch. U kunt er na plaatsing niet meer bij, en u ziet een wanddikte of een betonkwaliteit niet aan de buitenkant. Zit u in een aanbesteding of werkt u met een bestek, dan is BRL 5252 bovendien een eis die u eenduidig kunt opschrijven, waar merkloze omschrijvingen als deugdelijk of gelijkwaardig altijd discussie opleveren.
Hoe u een certificaat controleert
Vraag de leverancier om het certificaatnummer en niet om een logo in een folder. Een geldig KOMO productcertificaat staat op naam van de fabrikant, noemt de producten die eronder vallen en heeft een geldigheidsdatum. Certificatie-instellingen houden een openbaar register bij waarin u dat nummer kunt opzoeken.
Controleer daarnaast altijd de twee stukken die u wettelijk nodig heeft: de CE-markering met de prestatieverklaring, en de berekening waaruit blijkt welke nominale grootte bij uw situatie hoort. Die twee vraagt een toezichthouder op. Het KOMO-certificaat is een plus, geen vervanging.
Kort samengevat
BRL 5252 is de Nederlandse richtlijn waarmee vetafscheiders en slibvangputten een KOMO productcertificaat kunnen krijgen, afgegeven door Kiwa. Hij geldt voor vet van plantaardige en dierlijke herkomst met een dichtheid onder 0,95 gram per kubieke centimeter; minerale olie hoort bij BRL 5251. Het certificaat is vrijwillig en bewijst extern toezicht op de productie. Verplicht zijn de CE-markering, de prestatieverklaring en een onderbouwde capaciteitsberekening. Twijfelt u welke papieren u in uw situatie nodig heeft, leg het ons voor.
Veelgestelde vragen
Is een vetafscheider met BRL 5252 of KOMO verplicht?
Nee. BRL 5252 leidt tot een vrijwillig KOMO productcertificaat. Wettelijk verplicht zijn de CE-markering en de bijbehorende prestatieverklaring volgens NEN-EN 1825, samen met een onderbouwde capaciteitsberekening. Dat is ook wat het bevoegd gezag bij handhaving controleert.
Wat is het verschil tussen BRL 5252 en NEN-EN 1825?
NEN-EN 1825 is de Europese norm die beschrijft hoe een vetafscheider moet presteren en hoe u de nominale grootte berekent. BRL 5252 is een Nederlandse beoordelingsrichtlijn die beschrijft hoe een fabrikant daarvoor gecertificeerd wordt en hoe die certificering wordt gecontroleerd. De norm gaat over het product, de richtlijn over het toezicht erop.
Wat is het verschil tussen BRL 5252 en BRL 5251?
BRL 5252 gaat over vetafscheiders en slibvangputten voor vet van plantaardige of dierlijke oorsprong met een dichtheid kleiner dan 0,95 gram per kubieke centimeter. BRL 5251 gaat over olie-afscheiders en slibvangputten voor minerale en synthetische olien. De herkomst van de olie bepaalt welke van de twee geldt.
Wie geeft het KOMO-certificaat voor vetafscheiders af?
Kiwa certificeert op basis van BRL 5252 en geeft daarvoor een KOMO productcertificaat af. Het certificaat staat op naam van de fabrikant en noemt de producten die eronder vallen. Vraag bij aanschaf om het certificaatnummer, zodat u het in het openbare register kunt opzoeken.
Geldt BRL 5252 ook voor kunststof en RVS vetafscheiders?
De richtlijn is in de accreditatie van Kiwa ondergebracht bij het bouwcluster betonproducten, en Kiwa noemt prefab betonproducenten expliciet als doelgroep. Of een specifieke kunststof of RVS uitvoering onder een geldig certificaat valt, leest u op het certificaat van die fabrikant zelf. Vraag er dus naar in plaats van het aan te nemen.
Mijn leverancier heeft geen KOMO-certificaat. Is dat een probleem?
Niet wettelijk. Zolang de afscheider CE-gemarkeerd is, een prestatieverklaring heeft en de juiste nominale grootte, voldoet u aan de eisen. Het ontbreken van certificering betekent wel dat er geen externe partij periodiek in de fabriek meekijkt. Bij een betonnen put die decennia in de grond ligt weegt dat zwaarder dan bij een unit die u kunt vervangen.

