Vrijstelling van de plicht om een vetafscheider te plaatsen bestaat en heet een maatwerkvoorschrift. De gemeente of het waterschap kan die plicht opheffen als er geen of zeer beperkt vethoudend afvalwater ontstaat. Er is geen drempelwaarde in de regelgeving: het bevoegd gezag beoordeelt, en de maatstaf is of uw afvalwater na droog voorwerk vergelijkbaar is met dat van een wat groter huishouden. Een maatwerkvoorschrift is een besluit dat u moet aanvragen en toegewezen krijgen; zolang dat er niet ligt, geldt gewoon de hoofdregel.

De meeste ondernemers die hier terechtkomen hopen op één antwoord: dat zij geen vetafscheider nodig hebben. Dat antwoord bestaat, maar het werkt anders dan vrijwel overal wordt uitgelegd. U krijgt geen vrijstelling omdat u vindt dat u er een verdient. U krijgt hem als de gemeente of het waterschap daar een besluit over neemt.
Wat een maatwerkvoorschrift is
Een maatwerkvoorschrift is een besluit van het bevoegd gezag dat afwijkt van de algemene regel. Voor vetafscheiders betekent dat: het bevoegd gezag kan de verplichting tot het plaatsen van een vetafscheider en slibvangput opheffen. Het Informatiepunt Leefomgeving schrijft dat de gemeente die plicht kan opheffen als er geen, of zeer beperkt, vethoudend afvalwater ontstaat.
Let op het woord kan. Het is een bevoegdheid van de overheid, geen recht van de ondernemer. En het werkt twee kanten op: met een maatwerkvoorschrift kan ook worden afgeweken van het voorgeschreven onderhoud, bijvoorbeeld een lagere ledigingsfrequentie. Het bevoegd gezag kan een maatwerkvoorschrift ook uit zichzelf opleggen, dus strenger in plaats van soepeler.
Zolang er geen besluit ligt, geldt de hoofdregel. Dat is het punt waarop het in de praktijk het vaakst misgaat.
Waar de regel staat die u wilt laten opheffen
Sinds de Omgevingswet staan er in het Besluit activiteiten leefomgeving geen regels voor niet-industriële voedselbereiding. Dat is de categorie waar horeca, winkels en bedrijfskantines onder vallen. De regels staan decentraal, en welke van de twee voor u geldt hangt af van waar u op loost: bij lozing op het riool is dat paragraaf 22.3.15 van de bruidsschat van het omgevingsplan, bij lozing op oppervlaktewater afdeling 2.15 van de bruidsschat van de waterschapsverordening.
Die bruidsschatregels gelden totdat de gemeente of het waterschap eigen regels heeft opgesteld. Doen zij dat, dan kan uw antwoord veranderen zonder dat er landelijk iets is gewijzigd. De actuele tekst voor uw adres staat in Regels op de kaart van het Omgevingsloket. Hoe die verdeling precies werkt, leest u in wie stelt de regels voor uw vetafscheider.
Het criterium: lijkt uw afvalwater op dat van een huishouden
De norm noemt geen drempelwaarde. Er is geen aantal milligram per liter, geen aantal couverts en geen keukenoppervlak waarboven het verplicht wordt en waaronder niet. Het Informatiepunt Leefomgeving zegt het onomwonden: het bevoegd gezag beoordeelt of er wel een vetafscheider nodig is.
Er is wel één toetssteen die houvast geeft. IPLO koppelt de vrijstelling aan werkwijze in plaats van aan bedrijfstype. Verwijdert u maaltijdresten van servies eerst zoveel mogelijk droog, en haalt u het vet uit pannen en ovenschalen eruit voordat u afwast, dan is de samenstelling van uw afvalwater volgens IPLO waarschijnlijk hetzelfde als dat van een wat groter huishouden. En bij een huishouden is geen vetafscheider nodig.
Dat is de maatstaf waarop het bevoegd gezag beoordeelt. Niet of u zichzelf een kleine zaak vindt, maar of uw afvalwater te vergelijken is met dat van een woonhuis.
Drie situaties waarin die vergelijking niet opgaat
In de praktijk zien wij dat vrijwel elke horecaondernemer vindt dat hij nauwelijks vet loost. Leg diezelfde situaties naast de huishoudensmaatstaf en het beeld kantelt.
Een café met een kleine keuken en een vaatwasser. Een professionele vaatwasser naspoelt met water dat de zestig graden ruim haalt. Daarom kent NEN-EN 1825-2 een temperatuurfactor die de benodigde maat met dertig procent verhoogt boven die grens. Warm vet blijft opgelost en stolt pas verderop in het riool. Geen huishouden loost water van die temperatuur in dat volume.
Een frietzaak. Frituren betekent plantaardige olie, en die komt niet alleen in het vat terecht maar ook op de manden, de zeven en de wanden. Alles wat daarvan afgespoeld wordt, gaat het riool in. Het afgewerkte frituurvet zelf hoort trouwens nooit in de afscheider of het riool, dat gaat als aparte stroom naar een erkende inzamelaar.
Een shoarmazaak. Dierlijk vet dat van de spies druipt, komt via de opvangbak, de snijplank en het spoelwater in de afvoer. Dit is precies de categorie waarvoor de norm een eigen dichtheidsfactor kent.
Alle drie deze zaken lozen structureel iets wat een woonhuis niet loost. Dat maakt een vrijstelling niet onmogelijk, maar het maakt de aanvraag wel een stuk lastiger te onderbouwen dan de ondernemer zelf denkt.
Wat u wel kunt doen
De maatregelen die IPLO noemt zijn geen formaliteit maar de kern van de beoordeling. Verwijder maaltijdresten droog van borden en pannen voordat er water aan te pas komt. Voer voedselresten droog af en niet via het riool. En gebruik geen voedselrestenvermaler: die is niet toegestaan en hij maakt het probleem groter in plaats van kleiner, zoals uitgelegd in waarom de voedselrestvermaler verboden is.
Wie dat aantoonbaar doet, heeft een verhaal richting de gemeente. Wie dat niet doet, vraagt vrijstelling aan voor een situatie die hij zelf kan verbeteren, en dat is een zwakke aanvraag.
Aanvragen is niet hetzelfde als krijgen
Dit is de fout die wij het vaakst tegenkomen, en hij staat op meer dan één brancheportaal verkeerd uitgelegd. Een ondernemer leest dat hij een maatwerkvoorschrift kan aanvragen, concludeert dat hij dus geen afscheider hoeft te plaatsen, en doet vervolgens niets. Bij een controle heeft hij geen afscheider en ook geen besluit. Dat is geen vrijstelling maar een overtreding.
Vraag het besluit dus aan voordat u investeert of juist besluit niet te investeren, en bewaar het. Onderbouw de aanvraag met feiten: wat u bereidt, hoeveel water u verbruikt, welke toestellen er staan en welke maatregelen u neemt. Een berekening volgens de norm hoort daar wat ons betreft bij, ook als u hoopt dat u eronder blijft. Die maakt u gratis met de capaciteitsberekening volgens NEN-EN 1825.
Pas op met verouderde informatie
Veel pagina's over dit onderwerp verwijzen nog naar het Activiteitenbesluit milieubeheer. Daarin stond in artikel 3.131 een overgangsregeling die bedrijven onder voorwaarden vrijstelde. Die voorwaarden waren specifiek: het gold alleen als op de inrichting al een eerder besluit van toepassing was. Belangrijker nog: het Activiteitenbesluit is per 1 januari 2024 vervallen.
Er bestaat wel overgangsrecht, maar het gaat over iets anders dan meestal wordt beweerd. Volgens IPLO heeft u geen vetafscheider volgens NEN-EN 1825 nodig als het apparaat dat u nu heeft geplaatst is voor 14 september 2004 en de hoeveelheid afvalwater aankan, of als u een flocculatieafscheider gebruikt die is geplaatst voor 1 januari 2013. Het gaat dus over bedrijven die al iets hebben staan, niet over bedrijven die niets hebben.
Leest u ergens dat u zonder afscheider vrijgesteld bent op grond van een jaartal, controleer dan de bron. De kans is groot dat hij verwijst naar een besluit dat niet meer bestaat.
Kort samengevat
Vrijstelling van de vetafscheider bestaat en heet een maatwerkvoorschrift. Het is een besluit van de gemeente of het waterschap, geen keuze van de ondernemer. Er is geen drempelwaarde; het bevoegd gezag beoordeelt, en de maatstaf is of uw afvalwater te vergelijken is met dat van een huishouden. Werk droog, voer resten apart af, onderbouw uw aanvraag met een berekening, en ga nooit uit van een vrijstelling die u niet op papier heeft.
Veelgestelde vragen
Kan ik vrijstelling krijgen van de vetafscheider?
Ja, via een maatwerkvoorschrift. De gemeente of het waterschap kan de verplichting tot het plaatsen van een vetafscheider en slibvangput opheffen als er geen of zeer beperkt vethoudend afvalwater ontstaat. Het is een besluit van het bevoegd gezag, geen recht dat u zelf kunt inroepen.
Wat is een maatwerkvoorschrift?
Een besluit van het bevoegd gezag dat afwijkt van de algemene regel. Het kan de plicht om een vetafscheider te plaatsen opheffen, maar ook de voorgeschreven onderhoudsfrequentie aanpassen. Het bevoegd gezag kan een maatwerkvoorschrift ook uit zichzelf opleggen.
Wanneer produceert een horecabedrijf nauwelijks vethoudend afvalwater?
De regelgeving noemt geen drempelwaarde, geen milligram per liter en geen aantal couverts. Het bevoegd gezag beoordeelt. De toetssteen die het Informatiepunt Leefomgeving noemt is of uw afvalwater na droog voorwerk qua samenstelling vergelijkbaar is met dat van een wat groter huishouden.
Heeft een café met alleen een vaatwasser een vetafscheider nodig?
Waarschijnlijk wel. Een professionele vaatwasser naspoelt met water boven de 60 graden, waarvoor NEN-EN 1825-2 een verhoogde temperatuurfactor kent. Dat is geen situatie die met een huishouden te vergelijken is. Laat het narekenen voordat u ervan uitgaat dat u vrijgesteld bent.
Ik heb een maatwerkvoorschrift aangevraagd, mag ik alvast zonder afscheider lozen?
Nee. Zolang er geen besluit ligt, geldt de hoofdregel. Aanvragen en krijgen zijn niet hetzelfde. Wie bij een controle geen afscheider en geen besluit heeft, is in overtreding.
Geldt de oude vrijstelling uit het Activiteitenbesluit nog?
Het Activiteitenbesluit milieubeheer is per 1 januari 2024 vervallen. De overgangsregeling die daarin stond, gold bovendien alleen als op de inrichting al een eerder besluit van toepassing was. Verwijst een bron naar een jaartal zonder die voorwaarde te noemen, controleer die bron dan.

